ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7901
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor brandschade door defecte frituurthermostaat en bevoegdheid vordering VvE en appartementseigenaren
In deze civiele zaak vorderen [A] c.s., appartementseigenaren, schadevergoeding van [C], exploitant van een shoarmarestaurant, vanwege brandschade veroorzaakt door een brand in de frituurinstallatie. De brand ontstond door het niet functioneren van de thermostaten van de frituur, waardoor olie ontbrandde en de brand zich via de afzuiginstallatie uitbreidde naar de woning boven de zaak.
De rechtbank stelt vast dat de frituurinstallatie als roerende zaak kwalificeert en dat de gebrekkige thermostaat een bijzonder gevaar opleverde. Op grond van artikel 6:173 BW Pro rust op [C] een risicoaansprakelijkheid voor de schade. De vordering van [A] c.s. is ontvankelijk, omdat zij als individuele appartementseigenaren ook bevoegd zijn tot het instellen van een vordering, naast de Vereniging van Eigenaren (VvE).
De rechtbank wijst het verweer van [C] af dat de aansprakelijkheid ontbreekt vanwege het korte tijdsverloop tussen het ontstaan van het gebrek en de brand, en dat het niet verzekeren van de opbouw onrechtmatig zou zijn jegens haar. De hoogte van de schade wordt nog vastgesteld aan de hand van een deskundigenbericht. Ook wordt onderzocht of [A] c.s. eigen schuld hebben door het niet treffen van brandwerende maatregelen, waarbij eveneens een deskundige zal worden benoemd.
De zaak wordt aangehouden voor nadere beslissing na het deskundigenbericht.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat [C] aansprakelijk is voor de brandschade en wijst de vordering toe, met nadere vaststelling van schade en eigen schuld na deskundigenbericht.