ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7305
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing voogd inzake verblijf minderjarige in Tunesië
De zaak betreft een verzoek tot vervallen verklaring van een schriftelijke aanwijzing aan de voogd van een minderjarige die met toestemming van de voogd en moeder naar Tunesië is vertrokken. De minderjarige verblijft feitelijk bij de moeder op een onbekend adres in Tunesië. Bureau Jeugdzorg had aan de voogd een schriftelijke aanwijzing gegeven om zich in te spannen voor terugkeer van de minderjarige naar Nederland.
De kinderrechter overweegt dat de voogd als gezagsdrager het recht heeft om de verblijfplaats van de minderjarige te bepalen, en dat het essentieel is dat het goed gaat met de minderjarige. Gezien de feitelijke situatie en de afstand tussen Nederland en Tunesië kan niet van de voogd worden verlangd zich in te spannen voor terugkeer. Bureau Jeugdzorg heeft geen zicht op het welzijn van de minderjarige in het buitenland en heeft de Centrale autoriteit ingeschakeld.
De kinderrechter oordeelt dat binnen de ondertoezichtstelling Bureau Jeugdzorg bevoegd is schriftelijke aanwijzingen te geven, maar dat in dit geval de aanwijzing niet haalbaar en doelmatig is. Daarom wordt de schriftelijke aanwijzing vervallen verklaard. Tegen deze beschikking is geen hoger beroep mogelijk, slechts cassatie in het belang der wet.
Uitkomst: De schriftelijke aanwijzing aan de voogd wordt vervallen verklaard omdat terugkeer van de minderjarige niet kan worden verlangd.