ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7295
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot uithuisplaatsing gesloten jeugdzorg voor beperkte duur met toetsingsmoment
De Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland verzocht om machtiging tot opname van een minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg voor zes maanden. De minderjarige verbleef reeds in de instelling en de ouders stemden in met de opname. De advocaat van de minderjarige en de ouders verzetten zich tegen de gevraagde duur van zes maanden, stellende dat een kortere periode noodzakelijk is vanwege het ontbreken van een passende behandeling en het beginsel dat gesloten plaatsing een uiterste en zo kort mogelijke maatregel moet zijn.
De kinderrechter overwoog dat de minderjarige ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen heeft die opname in gesloten jeugdzorg noodzakelijk maken om te voorkomen dat de zorg wordt onttrokken. Gezien de instemming van de ouders en de situatie zoals bedoeld in artikel 29b van de Wet op de Jeugdzorg is ondertoezichtstelling niet vereist.
De machtiging werd daarom verleend voor drie maanden, conform het verzoek van de advocaat en ouders, met aanhouding van het verdere verzoek tot een nader te bepalen zitting voor een toetsingsmoment. De zaak werd in beslotenheid behandeld met aanwezigheid van de ouders, de minderjarige en zijn advocaat, en vertegenwoordigers van Bureau Jeugdzorg.
De kinderrechter gaf hiermee invulling aan de wettelijke vereisten en het belang van de minderjarige, waarbij de duur van de gesloten plaatsing beperkt wordt en ruimte blijft voor evaluatie en mogelijke doorplaatsing naar een meer passende behandelplek.
Uitkomst: Machtiging tot opname in gesloten jeugdzorg wordt verleend voor drie maanden met aanhouding voor toetsingszitting.