ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7291
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige wegens vermoedelijke mishandeling
De rechtbank Den Haag heeft op 19 maart 2013 uitspraak gedaan in een zaak betreffende ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2012. De minderjarige is voorlopig onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst wegens verdenking van ernstige mishandeling door de ouders. De ouders oefenen het gezag uit, maar de moeder heeft het ouderlijk gezag alleen.
De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoek tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, eerdere beslissingen en aanvullende informatie van de Raad voor de Kinderbescherming. Tijdens de zitting waren vertegenwoordigers van de Raad, Bureau Jeugdzorg en de ouders met hun advocaat aanwezig. De ouders verzetten zich niet tegen de ondertoezichtstelling, maar wel tegen voortzetting van de uithuisplaatsing. Zij stellen dat zolang niet bewezen is dat het letsel door mishandeling is veroorzaakt, de minderjarige terug kan keren.
De rechter oordeelt dat de wettelijke gronden voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing aanwezig zijn, met name vanwege ernstig letsel en de verdenking van mishandeling. Zolang het onderzoek naar de oorzaak van het letsel loopt, is terugkeer niet aan de orde. De veiligheid van de minderjarige staat voorop. De minderjarige wordt onder toezicht gesteld tot 21 december 2013 en uit huis geplaatst in een AWBZ-instelling tot 21 september 2013.
Uitkomst: De minderjarige wordt onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst wegens vermoedelijke ernstige mishandeling, met terugkeer naar ouders uitgesteld zolang het letselonderzoek loopt.