ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7168
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mensenhandel met uitbuiting prostitutie
Verdachte werd beschuldigd van mensenhandel door samen met anderen een slachtoffer te dwingen tot prostitutie en financieel daarvan te profiteren. De officier van justitie stelde dat verdachte dwangmiddelen gebruikte zoals opsluiting, controle, intimidatie, en het plaatsen van advertenties met foto's van het slachtoffer.
Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat verdachte nauw contact had met het slachtoffer en foto's maakte die werden gebruikt voor advertenties. Verdachte begeleidde het slachtoffer naar een bordeel. Echter, voor de kern van de dwangmiddelen zoals voortdurende controle, dreiging, fouillering en het afdwingen van opbrengsten ontbrak voldoende bewijs.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om de tenlastelegging wettig en overtuigend te bewijzen, mede omdat eerdere vrijspraak bestond voor opsluiting. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit van mensenhandel met uitbuiting in de prostitutie.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor mensenhandel met uitbuiting in de prostitutie.