ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ6948
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.P. Kleijn
- C.I.H. Kersten-Fockens
- D. Biever
- Rechtspraak.nl
Inreisverbod Somaliër niet in strijd met artikel 3 en 8 EVRM
Eiser, een Somalische vreemdeling, stelde beroep in tegen een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Hij betoogde dat terugkeer naar Mogadishu vanwege de slechte veiligheidssituatie in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en dat het inreisverbod ook artikel 8 EVRM Pro schendt vanwege zijn familiebanden in Nederland.
De rechtbank overwoog dat het terugkeerbesluit niet ontvankelijk is omdat het eerdere terugkeerbesluit rechtsgeldig is en het beroep daarop niet ontvankelijk verklaard werd. Ten aanzien van het inreisverbod werd het asielmotief beoordeeld, mede vanwege de ernstige openbare orde aspecten, waaronder een eerdere veroordeling van eiser voor poging tot doodslag.
De rechtbank concludeerde dat de veiligheidssituatie in Mogadishu sinds de eerdere uitspraak is verbeterd, onder meer door het vertrek van Al-Shabaab uit grote delen van de stad en het opdrogen van vluchtelingenstromen. Hierdoor bestaat geen reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat eiser geen onderbouwde gezinsbanden met "more than normal emotional ties" in Nederland had aangetoond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het inreisverbod voor twee jaar.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod voor twee jaar bevestigd.