ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ6895
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Biever
- K. Schaffels
- J.W. Sentrop
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens betrokkenheid bij genocide in Rwanda
Eiser, een Rwandese vreemdeling, kreeg in 2003 en 2006 verblijfsvergunningen in Nederland die in 2011 door verweerder met terugwerkende kracht werden ingetrokken op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder baseerde dit op een individueel ambtsbericht en openbare bronnen die ernstige redenen geven te veronderstellen dat eiser betrokken was bij de genocide op het terrein van de Ecole Technique Officielle (ETO) in Kicukiro, Rwanda, in april 1994.
Eiser ontkende betrokkenheid en voerde aan dat hij geen lid was van de Interahamwe en dat zijn ouderlijk huis juist als toevluchtsoord diende. Hij verzocht om getuigenverhoor, maar de rechtbank wees dit af omdat de getuigenverklaringen onvoldoende concreet waren om twijfel te zaaien over het ambtsbericht. Het ambtsbericht werd als deskundigenadvies beschouwd en bleek zorgvuldig en betrouwbaar.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de verblijfsvergunningen introk omdat eiser onjuiste of achtergehouden gegevens had verstrekt, waaronder het aanvankelijk ontkennen van zijn verblijf in Rwanda tijdens de genocide. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen vanwege de systematiek van de Vreemdelingenwet. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunning wegens ernstige redenen te veronderstellen betrokkenheid bij genocide.