ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ5939
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing wegens loyaliteitsconflict en zorgelijke situatie minderjarige
De minderjarige woont sinds medio 2012 bij zijn grootmoeder moederszijde vanwege gedragsproblemen en een verstoorde relatie met zijn moeder. De moeder en grootmoeder verkeren in conflict, en de minderjarige wil geen contact meer met zijn moeder. De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing op een neutrale plek, fasehuis De Klimop, om het contact met beide partijen onbelast te laten verlopen en zelfstandigheid te bevorderen.
De kinderrechter acht de gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig op basis van artikel 1:254 lid 1 BW Pro, vanwege een zorgelijke situatie, zorgen over de draagkracht van de grootmoeder, het ontbreken van contact tussen moeder en kind, en toenemend schoolverzuim. Tevens wordt de machtiging tot uithuisplaatsing toegekend op grond van artikel 1:261 lid 1 BW Pro, omdat de huidige verblijfplaats niet optimaal is voor de ontwikkeling van de minderjarige.
De minderjarige heeft ingestemd met het verblijf in het fasehuis en de moeder stemt toe, hoewel zij moeite heeft met de afstand tot haar woonplaats. De vader wordt niet als belanghebbende aangemerkt wegens afwezigheid in het leven van de minderjarige. De kinderrechter wijst het verzoek toe en stelt de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing in voor de duur van één jaar, met een gezinsvoogd die het contactherstel tussen moeder en kind zal bevorderen.
Uitkomst: De kinderrechter wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing toe voor de duur van één jaar.