ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ5830

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
C/09/438269 JE RK 13-556
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding verzoek tot ondertoezichtstelling minderjarige wegens opvoedingszorgen

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek tot ondertoezichtstelling ingediend voor een minderjarige die feitelijk bij de moeder en stiefvader verblijft. Het verzoek is gebaseerd op zorgen over de opvoedingssituatie en de sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling van het kind. Hoewel de vader instemt met het verzoek, voert de moeder namens zichzelf en de stiefvader verweer en stelt dat een ondertoezichtstelling overbodig is vanwege een veilige omgeving en bereidheid tot hulpverlening.

Tijdens de zitting is besproken dat de moeder en stiefvader ondersteuning nodig hebben bij het inzetten van hulpverlening, met name op het gebied van logopedie, opvoedingsondersteuning en individuele behandeling voor het verwerken van huiselijk geweld. De moeder geeft aan dat de logopediebehandeling goed verloopt en dat zij bereid is mee te werken aan verdere hulpverlening.

Gezien deze omstandigheden besluit de kinderrechter de behandeling van het verzoek aan te houden tot een zitting in juni 2013, zodat de ouders de gelegenheid krijgen de benodigde hulpverlening te regelen. Daarna zal worden beoordeeld of een ondertoezichtstelling alsnog noodzakelijk is of dat het verzoek wordt ingetrokken.

Uitkomst: Behandeling verzoek tot ondertoezichtstelling aangehouden om hulpverlening te regelen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Kinderrechter
Rekestnummer: JE RK 13-556
Zaaknummer : C/09/438269
Datum beschikking: 12 maart 2013
Aanhouding verzoek tot ondertoezichtstelling
Beschikking op het op 28 februari 2013 ingekomen verzoekschrift van:
de Raad voor de Kinderbescherming Haaglanden (verder: de Raad),
met betrekking tot de minderjarige:
[minderjarige], geboren op [datum] 2007 te Zoetermeer,
kind van:
[belanghebbende 1],
de moeder,
wonende te [adres 1],
en
[belanghebbende 2],
de vader,
wonende te [adres 2],
die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen.
In deze procedure wordt tevens als belanghebbende aangemerkt:
[belanghebbende 3],
de stiefvader,
wonende op voornoemd adres van de moeder.
De minderjarige verblijft feitelijk bij de moeder en de stiefvader.
Procedure
De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het rapport van de Raad d.d. 25 februari 2013;
- het verweerschrift, met bijlagen, van mr. [advocaat moeder], advocaat van de
moeder, ingekomen ter griffie op 11 maart 2013.
Op 12 maart 2013 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld.
Hierbij zijn verschenen:
mevrouw N. van den Boogaard namens de Raad;
de heer A.F. Haitjema namens Bureau Jeugdzorg;
de moeder, bijgestaan door mr. [advocaat moeder];
de vader;
de stiefvader.
Verzoek en verweer
Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van voornoemde minderjarige voor de periode van één jaar. De grond voor het verzoek van de Raad is, blijkens het rapport, gelegen in de
omstandigheid dat er zorgen zijn over de huidige opvoedingsomgeving en over de
sociaal emotionele en cognitieve ontwikkeling van de minderjarige.
Hoewel de opvoedingsvaardigheden van de moeder en de stiefvader zijn verbeterd, blijkt dat de pedagogische vaardigheden van de moeder en de stiefvader op het gebied van het inzetten van hulpverlening ontoereikend zijn en dat zij inzicht missen in wat voor de ontwikkeling van de minderjarige, gelet op haar achterstand, noodzakelijk is.
De vader heeft ingestemd met het verzochte, althans heeft zich niet tegen toewijzing daarvan verzet.
[advocaat moeder] heeft namens de moeder en ook de stiefvader verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Van de zijde van de Raad is ter zitting desgevraagd meegedeeld dat er drie punten zijn waar de komende maanden met name aan moet worden gewerkt. Dit betreft logopedie voor de minderjarige, eventueel vanuit school, ondersteuning van de moeder en de stiefvader in de opvoedingsvaardigheden in het ambulante kader via Jeugdformaat dan wel De Jutters en ten slotte het volgen van een individuele behandeling door de minderjarige met betrekking tot het verwerken van het huiselijk geweld waarvan de minderjarige in het verleden getuige is geweest en haar huidige opvallende gedrag. Deze behandeling kan door De Jutters worden gegeven.
De moeder heeft ter zitting meegedeeld dat haar dochter sinds vorig jaar onder behandeling is bij een logopedist en dat dit goed verloopt. Ze gaat goed vooruit. De logopedist is, aldus de moeder, bereid informatie over de behandeling te verstrekken, maar heeft dit wegens omstandigheden nog niet kunnen doen.
Tevens heeft de moeder aangegeven dat de minderjarige veel heeft meegemaakt, maar dat ze ook al veel heeft verwerkt en dat zij als ouders de minderjarige hierbij ondersteunen.
De moeder heeft meegedeeld bereid te zijn de individuele hulpverlening te regelen alsook mee te werken aan opvoedondersteuning.
[advocaat moeder] heeft ter zitting dan ook aangevoerd dat een ondertoezichtstelling overbodig is, nu de moeder en de stiefvader betrokken zijn bij de opvoeding van de minderjarige en zij, net als haar broertje, in een veilige omgeving opgroeit, terwijl ook de bereidheid om mee te werken aan de benodigde hulpverlening aanwezig is.
Gelet op het vorenstaande is de kinderrechter van oordeel dat de behandeling van het verzoek tot ondertoezichtstelling voor enkele maanden dient te worden aangehouden,
teneinde de moeder en de stiefvader in de gelegenheid te stellen de ter zitting besproken hulpverlening te regelen.
Te zijner kan worden bezien wat de stand van zaken is en of een ondertoezichtstelling alsnog noodzakelijk is of dat de Raad aanleiding ziet het verzoek in te trekken.
De kinderrechter verzoekt de moeder op korte termijn informatie van de logopedist over te leggen alsook informatie over de intake en de eventueel te volgen behandeling van de minderjarige bij De Jutters, alsmede de door de moeder en stiefvader te starten opvoedingsondersteuning.
Derhalve zal als volgt worden beslist.
Beslissing
De kinderrechter:
houdt de behandeling van het verzoek pro forma aan tot de terechtzitting van
15 juni 2013, op een nog nader te bepalen tijdstip;
gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:
de Raad voor de Kinderbescherming;
de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden;
de moeder en mr. [advocaat moeder];
de vader;
de stiefvader.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.A. van Steen, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 maart 2013, in tegenwoordigheid van mr. M.M. de Witte
als griffier.
Voor zover in deze uitspraak eindbeslissingen staan kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift ter griffie van het Gerechtshof te Den Haag.