ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ5823
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing gesloten jeugdzorg voor minderjarige
De rechtbank Den Haag behandelde op 5 maart 2013 een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 1998. De minderjarige verbleef feitelijk in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. De kinderrechter had reeds een voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot gesloten plaatsing verleend van 4 tot 7 maart 2013.
De Raad verzocht om een ondertoezichtstelling voor de duur van één jaar en machtiging tot gesloten plaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling dan wel zes maanden. Ouders stemden in met het verzoek, de minderjarige en haar advocaat voerden verweer en pleitten onder meer voor een kortere duur en alternatieve diagnostiek in een GGZ-instelling.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn, omdat de minderjarige ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd en eerdere hulpverlening onvoldoende effect had. De gesloten plaatsing is noodzakelijk om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de zorg onttrekt, mede gezien haar neiging om bij spanning weg te lopen.
De machtiging tot gesloten plaatsing werd daarom voor zes maanden verleend, met het oog op het stellen van een diagnose en het bieden van noodzakelijke behandeling. De rechtbank verwacht dat de minderjarige niet zal worden overgeplaatst tenzij strikt noodzakelijk. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden.
Uitkomst: De minderjarige wordt onder toezicht gesteld en machtiging tot gesloten plaatsing voor zes maanden verleend.