ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ5814
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging uithuisplaatsing minderjarige sub 1 en toewijzing voor minderjarige sub 2
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van Bureau Jeugdzorg tot machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen. Minderjarige sub 1 verblijft bij de moeder, terwijl minderjarige sub 2 in een behandelinstelling verblijft. De moeder en vader verzetten zich tegen het verzoek, waarbij de moeder haar zorgvaardigheden benadrukte en kritiek had op de gezinsvoogd. De vader uitte bezwaren tegen de plaatsing van sub 2, vooral vanwege het beperkte contact.
De rechtbank constateerde een zorgelijke situatie voor minderjarige sub 1, met gedragsproblemen en onvoldoende naleving van afspraken door de moeder. Echter, een uithuisplaatsing bij Jeugdformaat zonder behandeling bood onvoldoende perspectief op verbetering, waardoor het verzoek werd afgewezen. De rechtbank gaf de WSJ de opdracht alternatieven te onderzoeken, waaronder mogelijke zorg door de vader.
Voor minderjarige sub 2 was er sprake van blijvende gronden voor uithuisplaatsing conform artikel 1:261 BW Pro. De instelling Kentalis bood de nodige structuur en zorg die de ouders niet konden bieden. De rechtbank machtigde Bureau Jeugdzorg tot uithuisplaatsing van sub 2 voor de duur van de ondertoezichtstelling en gaf uitvoering bij voorraad.
De beslissing werd genomen na een zitting met betrokkenen en vertegenwoordigers van WSJ, waarbij ook de minderjarige sub 1 werd gehoord. De rechtbank benadrukte het belang van veiligheid, diagnostiek en behandeling voor sub 1 en stabiliteit en passende scholing voor sub 2.
Uitkomst: Verzoek tot uithuisplaatsing minderjarige sub 1 afgewezen, verzoek voor sub 2 toegewezen voor duur ondertoezichtstelling.