ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ5537
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen afwijzing toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet vanwege medische situatie hiv-patiënt
Eiser, een Nigeriaanse hiv-patiënt, verzocht om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, dat tijdelijke opschorting van uitzetting mogelijk maakt bij medische noodsituaties. Verweerder wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiser stelde dat het BMA-advies onvolledig en onzorgvuldig was, met name vanwege het gebruik van verouderde landeninformatie en het ontbreken van onderzoek naar resistentietesten in Nigeria.
De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies, gebaseerd op landeninformatie van maximaal 17 maanden oud, in een stabiel land als Nigeria nog actueel en inzichtelijk was. Ook het beleid van BMA ten aanzien van resistentietesten, waarbij deze alleen worden onderzocht bij concrete aanwijzingen van resistentie, werd als redelijk beoordeeld. De stellingen van eiser dat darunavir niet medisch-technisch beschikbaar zou zijn, werden verworpen omdat het medicijn op verzoek geïmporteerd kan worden en levering gegarandeerd is.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat niet was aangetoond dat vergelijkbare zaken anders waren beoordeeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat de hoofdzaak reeds in behandeling was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.