ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ5099
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijheidsontnemende maatregel en redelijk vooruitzicht op verwijdering naar Somalië
De vreemdeling, met de Somalische nationaliteit, betwistte de opgelegde vrijheidsontnemende maatregel en voerde aan dat hij Nederland volgens de Dublinovereenkomst was binnengekomen, dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering naar Somalië bestond en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden.
De rechtbank overwoog dat de gronden voor de maatregel, waaronder het risico op het ontlopen van toezicht en het ontbreken van vaste verblijfplaats, niet waren betwist en voldoende waren om de maatregel te rechtvaardigen. De rechtbank verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen onrechtmatigheid was gebleken.
Verweerder had ter zitting toegelicht dat de situatie in Somalië was verbeterd, Mogadishu niet langer als onveilig gebied werd beschouwd en dat er een Memorandum of Understanding met Somalische autoriteiten bestond dat gedwongen uitzettingen mogelijk maakt. Hoewel feitelijke uitzettingen nog niet hadden plaatsgevonden, was er volgens de rechtbank een redelijk vooruitzicht op verwijdering.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Soffers op 25 februari 2013.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.