ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ5016
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige en oplegging inreisverbod wegens onvoldoende ondernemingsplan en openbare orde
Verzoeker, een Turkse nationaliteit dragende persoon, vroeg op 4 juli 2012 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan onder de beperking 'arbeid als zelfstandige' voor zijn autopoetsbedrijf. Verweerder wees de aanvraag af omdat het ondernemingsplan onvoldoende inzicht bood, onvoldoende concrete gegevens bevatte en niet voldeed aan de eisen voor advies aan de minister van Economische Zaken. Daarnaast werd een inreisverbod van drie jaar opgelegd vanwege eerdere veroordelingen voor geweldsmisdrijven.
Verzoeker betoogde dat het mvv-vereiste een nieuwe beperking vormde in strijd met de standstill-bepaling en dat het niet voorleggen aan EZ onterecht was. Ook stelde hij dat het inreisverbod disproportioneel was en niet getoetst was aan het communautaire openbare ordecriterium.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het ondernemingsplan terecht als onvoldoende werd beoordeeld en dat verweerder niet onrechtmatig optrad door geen advies aan EZ te vragen. Het mvv-vereiste was geen zelfstandige afwijzingsgrond in strijd met de standstill-bepaling. Het inreisverbod was terecht opgelegd op grond van nationale wetgeving en de eerdere veroordelingen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
De uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos op 19 maart 2013 en bindt niet in een eventueel bodemgeding. Er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt afgewezen.