ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3945
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering tot voorschot op schadevergoeding wegens onredelijke verkoopprijs inbeslagen schapen met Booroola-gen
Eiser exploiteert een veehouderij met schapen die het bijzondere Booroola-gen bezitten. In juli 2006 zijn circa 2000 schapen en een rund in beslag genomen wegens overtredingen van dierenwelzijnswetten. De dieren zijn vervolgens door gedaagde verkocht en deels vernietigd. Eiser stelt dat de verkoopprijs onredelijk laag was en vordert een voorschot op schadevergoeding van €200.000.
De rechtbank overweegt dat de inbeslagname en verkoop rechtmatig waren, zoals bevestigd door het hof in 2009, waarbij eiser schuldig werd bevonden aan overtredingen maar geen straf kreeg opgelegd. De waarde van de schapen met het gen is onderwerp van geschil, mede omdat eiser geen certificaten kan overleggen maar een steekproef wijst uit dat circa 75% het gen heeft. De waardering van de schapen door eiser wijkt sterk af van die van gedaagde en diens deskundigen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een onafhankelijke deskundige moet worden ingeschakeld voor een juiste waardebepaling, maar dat in kort geding geen ruimte is voor een uitgebreid onderzoek. Het gevorderde voorschot van €200.000 wordt afgewezen, maar een lager voorschot van €50.000 wordt toegewezen omdat met grote waarschijnlijkheid verwacht mag worden dat de bodemrechter dit bedrag zal toewijzen. Vordering tot vergoeding van overige schade zoals imagoschade wordt afgewezen.
De rechtbank beveelt betaling van het voorschot binnen vijf dagen en veroordeelt gedaagde in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. M.E. Groeneveld-Stubbe en op 1 februari 2013 uitgesproken.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €50.000 voorschot op schadevergoeding binnen vijf dagen.