ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3884
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot gewapende woningoverval met geweld en bedreiging
Op 18 september 2012 drongen verdachte en twee medeverdachten, allen donker gekleed en met bedekt hoofd, de woning van een oudere dame binnen in Den Haag. Ze bedreigden het slachtoffer met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en legden een hand op haar mond toen zij schreeuwde. Door haar assertieve reactie werd de overval niet voltooid en verlieten de daders zonder buit de woning.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medepleegde aan deze poging tot diefstal met geweld en bedreiging. Bewijs bestond uit verklaringen van medeverdachten, DNA-sporen op latex handschoenen, en getuigenverklaringen. Verweren over het ontbreken van wettig bewijs werden verworpen, mede omdat de Salduz-vereisten waren nageleefd.
De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een gedragsstoornis en cognitieve beperkingen, en legde een straf op die bestond uit 200 dagen jeugddetentie waarvan 106 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 60 uur. Daarnaast werd een schadevergoeding van €3.774,00 toegewezen aan het slachtoffer voor materiële en immateriële schade, met een gedeeltelijke afwijzing van andere schadeposten wegens onvoldoende onderbouwing.
De strafvoorwaarden omvatten begeleiding via jeugdreclassering en behandeling bij het Palmhuis. De rechtbank benadrukte de ernst van het feit, de impact op het slachtoffer en de noodzaak van behandeling en toezicht om recidive te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 200 dagen jeugddetentie waarvan 106 dagen voorwaardelijk, 60 uur werkstraf en betaling van €3.774,00 schadevergoeding aan slachtoffer.