ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ2413
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing faillissementsverzoek wegens onduidelijkheid in verrekening pensioenpremies
De stichting Bedrijfspensioenfonds [X.] en de stichting Sociaal Fonds [Y.] hebben een verzoek tot faillietverklaring ingediend tegen [C.] V.O.F. en haar vennoten [A.] en [B.]. De kern van het geschil betreft onbetaalde facturen die betrekking hebben op ambtshalve aanslagen en premienota’s over de maanden maart en april 2012. De facturen en betalingen zijn complex door de wijze van toerekening en verrekening, waarbij ambtshalve aanslagen worden gecorrigeerd met premienota’s, wat leidt tot onduidelijkheid over de openstaande bedragen.
De rechtbank heeft uitgebreid stilgestaan bij de wettelijke regels omtrent toerekening en verrekening, met name artikel 6:43 en Pro 6:137 BW. Uit de stukken blijkt dat de verrekening niet in lijn is met de wettelijke volgorde en dat er onduidelijkheid bestaat over welke facturen door welke betalingen worden voldaan. De administratie van verzoeksters sluit niet aan bij de betaalbewijzen van verweerders, wat de situatie verder compliceert.
De rechtbank oordeelt dat de faillissementsprocedure niet bedoeld is om geschillen over administratieve onduidelijkheden voort te zetten en de aangeslotenen tot betaling te dwingen, wat mogelijk gezonde ondernemingen kan schaden. Gezien de betwisting van de vorderingen en de concrete betalingen die verweerders hebben gedaan, is het vorderingrecht van verzoeksters niet summierlijk gebleken. Daarom wordt het verzoek tot faillietverklaring afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van niet-betaling en onduidelijkheid in de verrekening.