ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ1876
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.F.M. Hofhuis
- M.E. Honée
- J.W. Bockwinkel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vorderingen wegens onrechtmatig strafrechtelijk optreden en vaststellingsovereenkomst
Eisers [A] en [B] stelden dat de Staat onrechtmatig had gehandeld door hun strafrechtelijke vervolging en door het verbinden van een voorwaarde aan het technisch sepot dat zij geen schadevergoeding mochten eisen. Zij vorderden onder meer schadevergoeding en vernietiging van de voorwaarde in de vaststellingsovereenkomst.
De Staat verweerde zich met het verjaringsthema en stelde dat de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig was en dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen de toetsing van de strafrechtelijke beslissingen in civiele procedure belemmert. De rechtbank oordeelde dat de vorderingen deels verjaard zijn, en dat de civiele rechter de strafrechtelijke beslissingen niet mag toetsen tenzij sprake is van fundamentele rechtsbeginselen die zijn geschonden, wat hier niet het geval was.
De rechtbank stelde vast dat de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig tot stand is gekomen zonder wilsgebreken en dat het OM gerechtigd was de eisers te laten afzien van schadevergoedingsacties als onderdeel van de onderhandelingen over het technisch sepot. De vorderingen van eisers werden daarom niet-ontvankelijk verklaard en zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen wegens verjaring en rechtsgeldige vaststellingsovereenkomst.