ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ1091
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting asielzoekster wegens huiselijk geweld in Iran
Verzoekster, van Iraanse nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend op grond van huiselijk geweld dat zij in Iran heeft ondergaan. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat het huiselijk geweld volgens hem niet de reden was voor haar vertrek en omdat er geen bewijs is dat de Iraanse autoriteiten slachtoffers niet kunnen of willen beschermen.
Tijdens de zitting heeft de voorzieningenrechter overwogen dat een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het standpunt van verweerder mogelijk beïnvloedt. Deze uitspraak bevestigt een eerdere beslissing waarin werd geoordeeld dat bescherming tegen huiselijk geweld in Iran problematisch is.
Gelet op de belangen en de gewijzigde omstandigheden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening toe en gebiedt verweerder zich te onthouden van uitzetting totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt toegewezen en uitzetting wordt opgeschort tot op het beroep is beslist.