ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ1007
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens schending hoorplicht met in stand laten rechtsgevolgen
Eiser, met de Franse nationaliteit, kreeg op 11 september 2012 een terugkeerbesluit met een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Hij stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat hij niet schriftelijk zijn zienswijze over het inreisverbod had kunnen geven, wat in strijd is met artikel 4:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank oordeelt dat het inreisverbod een besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro en dat eiser de keuze had moeten krijgen om mondeling of schriftelijk zijn zienswijze te geven. Verweerder heeft deze mogelijkheid niet geboden, waardoor het besluit op formele gronden wordt vernietigd. Echter, de rechtbank past artikel 8:72, derde lid, Awb toe en laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand, omdat aan de vier cumulatieve voorwaarden uit vaste rechtspraak is voldaan.
Eiser is tijdens een gehoor op 11 september 2012 geïnformeerd over het terugkeerbesluit en het inreisverbod, waarbij hem werd uitgelegd dat individuele omstandigheden tot een kortere duur konden leiden. Hij heeft geen bijzondere omstandigheden naar voren gebracht die het inreisverbod zouden verhinderen en erkende dit ter zitting. De rechtbank volgt verweerder in de motivering en acht het inreisverbod van twee jaar niet in strijd met de Terugkeerrichtlijn.
Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard, het beroep tegen het inreisverbod gegrond. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €944,-. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Klomp op 17 januari 2013.
Uitkomst: Het inreisverbod wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.