ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9878
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststellingsovereenkomst internationale kinderontvoering en terugkeer minderjarigen naar Hong Kong
In deze zaak ging het om een internationale kinderontvoering waarbij de moeder met de minderjarige kinderen vanuit Hong Kong naar Nederland was vertrokken zonder toestemming van de vader. Partijen, beiden met Nederlandse nationaliteit en woonachtig in Hong Kong, oefenden gezamenlijk gezag uit over de kinderen volgens het recht van Hong Kong.
Na een regiezitting heeft crossborder mediation geleid tot een volledige minnelijke schikking. De ouders kwamen overeen dat de moeder met de kinderen vóór 7 januari 2013 terugkeert naar Hong Kong, waar zij tot 14 juli 2013 zullen verblijven. Vanaf die datum zal de hoofdverblijfplaats van de kinderen weer in Nederland zijn. Tevens werd een regeling getroffen over de verdeling van zorg- en opvoedingstaken.
De vader trok zijn verzoek tot teruggeleiding en kostenvergoeding in. De rechtbank nam de vaststellingsovereenkomst op in de beschikking en verklaarde deze uitvoerbaar bij voorraad, omdat het belang van de minderjarigen zich daar niet tegen verhief. De Nederlandse rechter was bevoegd op grond van de EG-Verordening 2201/2003 en paste Nederlands recht toe.
Uitkomst: De vaststellingsovereenkomst over de terugkeer van de minderjarige kinderen naar Hong Kong is in de beschikking opgenomen en uitvoerbaar verklaard.