ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9817
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.B. de Vries - van den Heuvel
- L.M. Kos
- B.M.A. Bataille
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewenstverklaring op grond van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Eiser is op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag ongewenst verklaard vanwege zijn vermeende betrokkenheid bij de militaire vleugel van Dev Sol, een organisatie verantwoordelijk voor terreuraanslagen in Turkije. Deze toepassing van artikel 1(F) stond bij eerdere onherroepelijke uitspraken vast en is door de rechtbank bevestigd. Eiser voerde aan dat hij zijn rol had overdreven en dat er sprake was van nieuwe feiten en een relevante wijziging van het recht, maar deze stellingen werden niet onderbouwd en afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van de toepasselijkheid van artikel 1(F) is uitgegaan en dat de belangen van eiser niet opwegen tegen de ernst van de misdrijven. Ook het beroep op artikel 3 EVRM Pro werd verworpen omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij in Turkije een reëel risico loopt op een schending van dit artikel.
Verder stelde de rechtbank vast dat de redelijke termijn van de procedure met ruim drie jaar was overschreden, volledig toe te rekenen aan verweerder. Daarom werd een immateriële schadevergoeding van €4.000 toegekend aan eiser. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt een schadevergoeding van €4.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.