ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9360
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verrekening smartengeld met vaststellingsovereenkomst politie
Eiser, voormalig hoofdagent, liep op 29 november 2001 een dienstongeval waarbij hij rugletsel opliep. Na diverse correspondentie en medische vaststellingen werd een vaststellingsovereenkomst gesloten met de aansprakelijkheidsverzekeraar Travelers, waarbij een vergoeding van €46.000 werd toegekend, exclusief aanspraken op grond van artikel 54a van het Barp.
Verweerder kende eiser vervolgens smartengeld toe op grond van artikel 54a Barp, maar verrekende dit met het reeds uitgekeerde bedrag uit de vaststellingsovereenkomst. Eiser maakte bezwaar tegen deze verrekening en stelde dat artikel 54a Barp een sommenverzekering betreft en geen schadeverzekering, waardoor verrekening niet gerechtvaardigd is.
De rechtbank oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst uitdrukkelijk aanspraken op grond van artikel 54a Barp uitsloot en dat verweerder daarom niet gerechtigd was de vergoeding uit de vaststellingsovereenkomst te verrekenen met het smartengeld. De toepassing van de verrekening door verweerder was in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Het bezwaar werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot verrekening van smartengeld met de vaststellingsovereenkomst wordt vernietigd.