ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9268
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- J.J. van der Helmen
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot voortzetting gaslevering aan failliete Scheveningse Pier ter facilitering doorstart
De rechtbank Den Haag behandelde een kort geding waarin de curator van de failliete vennootschappen die de Scheveningse Pier exploiteerden, Stedin verbood de gaslevering aan de Pier te staken. Na het faillissement van Pier Exploitatie en Pier Vastgoed nam Stedin de levering van gas over als noodleverancier. Stedin wilde de levering staken wegens het ontbreken van een nieuwe leveringscontract en zekerheid voor betaling.
De curator stelde dat op grond van artikel 37b Faillissementswet de levering niet mocht worden gestaakt, omdat dit de bedrijfsvoering en een mogelijke doorstart zou belemmeren. Stedin betoogde dat zij slechts netbeheerder was en dat de Informatiecode Elektriciteit en Gas haar het recht gaf de levering te beëindigen bij het ontbreken van een nieuwe overeenkomst.
De voorzieningenrechter verwierp het verweer van Stedin en oordeelde dat Stedin als feitelijk leverancier moest worden beschouwd en dat artikel 37b Fw haar verplicht om de levering voort te zetten. De Informatiecode kon dit niet doorkruisen. Wel erkende de rechter dat de voortzetting niet onbeperkt kon duren, maar zolang de curator zicht had op een doorstart moest de levering doorgaan. Stedin werd veroordeeld de levering voort te zetten onder de reeds betaalde zekerheid en in de proceskosten.
Uitkomst: Stedin is verplicht de gaslevering aan de Scheveningse Pier voort te zetten zolang de curator werkt aan een doorstart.