ECLI:NL:RBDHA:2013:BY8995
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in Dublinprocedure asielaanvraag
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door Nederland werd afgewezen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. De Italiaanse autoriteiten gingen op 12 mei 2010 (fictief) akkoord met overname, waarna een overdrachtstermijn van maximaal 18 maanden geldt. Verzoeker verliet op 23 september 2010 zelfstandig zijn woonruimte en onttrok zich aan Nederlands toezicht, waarna Nederland de overdracht aan Italië niet kon uitvoeren binnen de termijn die op 12 november 2011 verliep.
Verzoeker verbleef begin 2012 in Zweden en diende daar een asielaanvraag in. De Zweedse autoriteiten wilden hem op 17 september 2012 overdragen aan Italië. Ondanks deze ontwikkelingen oordeelt de voorzieningenrechter dat Nederland sinds 13 november 2011 verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek, omdat verzoeker zich toen nog in Nederland bevond en de overdrachtstermijn was verstreken.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe om een onomkeerbare situatie te voorkomen en verbiedt de uitzetting tot vier weken na uitspraak in de hoofdzaak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De uitzetting van verzoeker naar Italië wordt verboden tot vier weken na uitspraak in de hoofdzaak.