ECLI:NL:RBDHA:2013:9947
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs handel en voorbereiding GHB en diefstal
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van handel in GHB, voorbereidingshandelingen voor de productie van GHB en diefstal van goederen van een huurder. Het onderzoek vond plaats op 23 juli 2013 en het vonnis werd uitgesproken op 6 augustus 2013.
Verdachte werd verweten GHB te hebben verkocht en GBL te hebben voorhanden gehad met het oog op de bereiding van GHB. Daarnaast werd hem diefstal van goederen van een huurder ten laste gelegd. De officier van justitie wilde vrijspraak voor het eerste feit, maar achtte de andere feiten bewezen. De verdediging betoogde gebrek aan bewijs voor alle feiten.
De rechtbank oordeelde dat er geen bewijs was voor het bezit en verkoop van GHB zelf. Voor het voorhanden hebben van GBL als voorbereiding op GHB-productie ontbrak het bewijs dat verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden waarvoor de stof bestemd was. Verdachte verklaarde dat hij dacht dat het ging om velgenreiniger en niet om een drug. Ook voor de diefstal en verduistering was onvoldoende bewijs. Het wegmaken van goederen werd niet als opzettelijk beoordeeld.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Daarnaast werden 11 vaten en een verdovend middel onttrokken aan het verkeer, terwijl overige in beslag genomen goederen aan verdachte werden teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.