ECLI:NL:RBDHA:2013:9467
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor overtreding arbeidstijdenwet niet in strijd met discriminatieverbod EG-Verdrag
Eiser werd op 19 oktober 2012 beboet wegens het rijden zonder bestuurderskaart, een overtreding van het Arbeidstijdenbesluit vervoer. De boete van €1.100 werd direct ter plaatse geïnd omdat eiser geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft. Eiser stelde dat deze directe inning in strijd is met artikel 12 van Pro het EG-Verdrag, dat discriminatie op grond van nationaliteit verbiedt, en verwees naar het Kaderbesluit 2005/214/JBZ.
De rechtbank oordeelde dat de bestuurlijke boete niet onder het Kaderbesluit valt, dat alleen strafrechtelijke sancties en bepaalde bestuurlijke sancties met een strafrechtelijk karakter omvat. De boete is zuiver bestuursrechtelijk en kan worden aangevochten bij de bestuursrechter, niet bij een strafrechter. Daarom is het Kaderbesluit niet van toepassing.
Verder stelde de rechtbank vast dat het onderscheid dat wordt gemaakt niet op nationaliteit, maar op ingezetenschap is gebaseerd. Zelfs als dit als indirect onderscheid naar nationaliteit wordt gezien, is het objectief gerechtvaardigd en proportioneel. Direct innen voorkomt dat niet-ingezetenen de boete niet betalen, aangezien betaling in het buitenland niet kan worden afgedwongen.
De rechtbank concludeerde dat de boete terecht is opgelegd en dat het beroep ongegrond is. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Kleijn op 31 juli 2013.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete van €1.100 wordt ongegrond verklaard.