ECLI:NL:RBDHA:2013:9448
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing beslag wegens niet-informeren beslagrechter over lopende kortgedingprocedure
Eiser is eigenaar van twee bedrijfscomplexen die verhuurd waren aan failliete vennootschappen. Gedaagde Opmeer nam de onderneming en activa van een van deze failliete vennootschappen over en huurt sindsdien het bedrijfscomplex te Opmeer. Eiser startte een kort geding bij de voorzieningenrechter te Leeuwarden om betaling van huurachterstand te vorderen, waarbij gedaagde Opmeer werd veroordeeld tot betaling van een aanzienlijk bedrag.
Gedaagde Opmeer legde vervolgens conservatoir eigenbeslag en derdenbeslag bij de rechtbank Den Haag, stellende dat zij teveel huur had betaald. Echter, in het beslagrekest werd niet vermeld dat er een lopende kortgedingprocedure bij de voorzieningenrechter te Leeuwarden was, waarin dezelfde stellingen over de huurachterstand onderwerp van debat waren.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde Opmeer de beslagrechter onvolledig heeft geïnformeerd door het niet melden van de lopende procedure, hetgeen in strijd is met artikel 21 Rv Pro en de beslagsyllabus. Hierdoor kan het beslag niet worden gerechtvaardigd en wordt het opgeheven. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het conservatoir eigenbeslag en derdenbeslag van gedaagde Opmeer worden opgeheven wegens niet-informeren van de beslagrechter over een lopende procedure.