ECLI:NL:RBDHA:2013:9308
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling bij intrekking van beroep tegen COA
Eiser heeft op 13 augustus 2012 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) op twee verzoeken van 20 mei 2012. De rechtbank splitste het beroep in twee zaaknummers. Vervolgens nam verweerder alsnog besluiten op 15 augustus 2012 en 29 oktober 2012. Hierop trok eiser het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
Verweerder kreeg de gelegenheid om te reageren op het verzoek, maar maakte hiervan geen gebruik. De rechtbank oordeelde dat het verzoek om proceskostenveroordeling kennelijk gegrond was en sloot het onderzoek. De hoogte van de vergoeding werd vastgesteld op €118, gebaseerd op een lichte zaak (wegingsfactor 0,25), een beroepsmatig ingediend beroepschrift (1 punt) en een waarde per punt van €472.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat het door eiser betaalde griffierecht van €156 ook door verweerder moet worden vergoed volgens artikel 8:41, vierde lid, van de Awb. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Kleijn op 7 februari 2013.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €118 aan eiser na intrekking van het beroep.