Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
- stuks) (met als afzender [bedrijf 1]) (1-AH-035 en/of 1-AH-054 en/of 1-AH-059 en/of 1-AH-060) en/of
- stuks), althans 60 (stuks) (met als afzender [afzender] en/of [belanghebbende 3] (h.o.d.n. [afzender]) (D/029 en/of D-092-B en/of D-092-C en/of D/-093-2 en/of D1094-2 en/of D/095-2 en/of D/096-2 en/of D/097-2) (1-AH-033 en/of 1-AH-034 en/of 1-AH-051 en/of 1-AH-061 en/of 1-AH-062 en/of V08- 06), althans 53 (stuks) (1-AH-058) en/of
- stuks), althans 68 (stuks) (met als afzender [bedrijf 2] en/of [belanghebbende 3]) (D/108b en/of 1-AH-034 en/of 1-AH-062), althans 11 (stuks) (1-AH-058)
4.Bewijsoverwegingen
alle papieren hebben ze meegenomen (…) wat eerder was geschreven, de papieren die boven lagen, ze hebben alles meegenomen.” Volgens de officier van justitie slaan deze woorden op de administratie die tijdens de doorzoeking van het pand aan de [adres] boven het plafond is gevonden en blijkt uit deze mededeling dat verdachte al voor de inbeslagname van de partij drank bemoeienis had met [bedrijf 1], hij wist immers klaarblijkelijk zonder nadere uitleg wat met “alle papieren” werd bedoeld.
- Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-029 van 9 oktober 2012;
- Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-016 van 18 juli 2012;
- stuks met als afzender [bedrijf 1] en
- stuks met als afzender [afzender] en/of [belanghebbende 3] (h.o.d.n. [afzender]) en
- stuks met als afzender [bedrijf 2] en/of [belanghebbende 3] zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededaders telkens valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid afmeldingen van EAD
25 april 2012tot en met 1 juni 2012 de bij de belastingwet, te weten de Wet op de Accijns, voorziene aangiften terzake 286 zendingen bier en overige alcoholhoudende producten telkens opzettelijk niet heeft gedaan, immers waren bedoelde aangiften op 1 juni 2012 nog niet gedaan, terwijl die feiten er toe strekken dat telkens te weinig belasting wordt geheven, hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedragingen;
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
8.De toepasselijke wetsartikelen
- a, 14b, 14c, 47, 51, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht;
- van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) MAANDEN;
8 (acht) MAANDENniet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.