Uitspraak
het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer, verweerder, waarbij met onmiddellijke ingang aan verzoeker de disciplinaire straf van ontslag is opgelegd.
IOverwegingen
- acht medewerkers, onder welke verzoeker, zijn disciplinair gestraft;
- alle medewerkers namen zonder toestemming van hun leidinggevenden, op grote schaal, goederen en/of materialen mee voor persoonlijk gewin:
- twee medewerkers, onder welke verzoeker, is de disciplinaire straf van ontslag opgelegd;
- de andere medewerker aan wie strafontslag is opgelegd is het rayonhoofd, tevens leidinggevende van verzoeker;
- de andere zes medewerkers is voorwaardelijk strafontslag opgelegd voor de duur van twee jaar en het intrekken van één of meerdere periodieken voor de duur van twee jaar;
- bij een van deze zes medewerkers is sprake van recidive;
- bij een van deze zes medewerkers is een klacht van een burger ontvangen;
- een van de zes medewerkers is eerder disciplinair gestraft voor iets anders.
IIBeslissing
- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe in zoverre dat het bestreden besluit wordt geschorst tot zes weken na de bekendmaking van het besluit op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 160,- aan verzoeker te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten ten bedrage van € 944,- welke kosten verweerder aan verzoeker dient te vergoeden.