ECLI:NL:RBDHA:2013:19763

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 oktober 2013
Publicatiedatum
25 september 2020
Zaaknummer
AWB 13 / 23507
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting tijdens bezwaarprocedure vreemdelingen

Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen gekregen en is tevens bevolen Nederland onmiddellijk te verlaten met een inreisverbod van twee jaar. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt en verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld op 25 september 2013. Verweerder heeft vervolgens aangegeven zich niet langer te verzetten tegen toewijzing van de voorlopige voorziening en de geplande uitzetting op 4 oktober 2013 te annuleren. Verzoeker heeft het tweede verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van verzoeker om de bezwaarprocedure in Nederland af te wachten zwaarder weegt dan het belang van verweerder bij uitzetting. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, waardoor uitzetting wordt opgeschort totdat op het bezwaarschrift is beslist. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt aan verzoeker vergoed.

Uitkomst: De uitzetting van verzoeker wordt opgeschort totdat op het bezwaarschrift is beslist.

Uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK den haag

Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 13 / 23507
Uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 oktober 2013 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

(gemachtigde: mr. L.L.C. Habets)
en

de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Bril)

Procesverloop

Bij besluit van 7 augustus 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder
verzoekers aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, met als doel ‘overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen’, afgewezen. Bij dit besluit heeft verweerder tevens bepaald dat verzoeker Nederland onmiddellijk moet verlaten. Ook heeft verweerder een inreisverbod tegen verzoeker uitgevaardigd voor de duur van twee jaren.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer AWB 13/23507.
Bij fax van 17 september 2013 heeft verweerder verzoeker bericht dat hij op 4 oktober 2013 zal worden uitgezet naar Luanda (Angola). Verzoeker heeft bezwaar aangetekend tegen de met een besluit gelijk te stellen feitelijke uitzetting en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer
AWB 13/24249.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 september 2013. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Ter zitting zijn de gronden uit het verzoek met zaaknummer AWB 13/24249 overgeheveld naar het verzoek met zaaknummer AWB 13/23507. Het verzoek met zaaknummer
AWB 13/24249 heeft verzoeker daarop ter zitting ingetrokken.
Conform verweerders verzoek bij faxbericht van 2 oktober 2013, heeft de voorzieningenrechter het onderzoek heropend. Verweerder heeft aangegeven zich niet langer te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening.
Verzoekers gemachtigde, die in de gelegenheid is gesteld op verweerders voornoemd faxbericht te reageren, heeft kenbaar gemaakt met de door verweerder voorgestelde gang van zaken in te kunnen stemmen. De voorzieningenrechter heeft daarop het onderzoek gesloten en de uitspraak bepaald op heden.

Overwegingen

1.
Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb – voor zover hier van belang – kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2.
Zoals blijkt uit voornoemde fax heeft verweerder gelet op recente ontwikkelingen rond verzoeker aanleiding gezien de vreemdelingenbewaring van verzoeker op te heffen en de uitzetting, welke was voorzien op vrijdag 4 oktober 2013, te annuleren. Verder is in voornoemd faxbericht vermeld dat verzoeker in ieder geval gedurende de bezwaarfase niet zal worden uitgezet.
3.
Uit deze mededeling van verweerder volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat verweerder thans kennelijk geen groot belang meer hecht aan de uitzetting van verzoeker, terwijl het belang van verzoeker om de behandeling van zijn bezwaar in Nederland te mogen afwachten evident is. Deze belangenafweging leidt naar het oordeel van de voorzieningenrechter tot de conclusie dat het onderhavige verzoek, dat strekt tot het voorkomen van uitzetting tijdens de bezwaarprocedure, reeds hierom dient te worden toegewezen.
4.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht vergoedt.
5.
De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 944,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 472,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe en bepaalt dat uitzetting van
verzoeker achterwege blijft totdat op het ingediende bezwaarschrift is beslist;
- veroordeelt verweerder in de kosten van de onderhavige procedure, aan de zijde van
verzoeker begroot op € 944,00 (wegens kosten van rechtsbijstand), te betalen aan verzoeker;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 160,- aan verzoeker te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A.M.M. Gijselaers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.M.J. Clermonts, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2013.
w.g. mr. E.M.J. Clermonts,
griffier
w.g. mr. R.A.M.M. Gijselaers,
voorzieningenrechter
Voor eensluidend afschrift:
de griffier,
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.