ECLI:NL:RBDHA:2013:19696
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering humanitaire omstandigheden
Eiser, een ernstig invalide vreemdeling met hersenletsel en volledige afhankelijkheid van zorg, werd geconfronteerd met een tienjarig inreisverbod opgelegd door verweerder na opheffing van zijn ongewenstverklaring. Ondanks zijn medische situatie en het reële risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Suriname, werd het inreisverbod gehandhaafd zonder voldoende individuele belangenafweging.
De rechtbank constateert dat verweerder zich in zijn besluit beperkte tot verwijzingen naar eerdere veroordelingen en het illegaal verblijf van eiser, zonder de humanitaire omstandigheden adequaat te wegen. Ook ontbrak een motivering waarom niet werd afgezien van het inreisverbod, de duur ervan werd beperkt of geschorst.
Gelet op artikel 66a van de Vreemdelingenwet en de Terugkeerrichtlijn had verweerder alle relevante feiten en omstandigheden moeten betrekken bij zijn beslissing. Het ontbreken hiervan leidt tot strijd met artikel 3:46 Awb Pro. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit voor zover het inreisverbod betreft en veroordeelt verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het opgelegde inreisverbod van tien jaar wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van humanitaire omstandigheden.