ECLI:NL:RBDHA:2013:19688
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.E.M. Wilbers-Taselaar
- A. van ‘t Laar
- I.S. Vreken-Westra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inreisverbod van tien jaar na ongewenstverklaring en terugkeerbesluit
Eiser, met de Surinaamse nationaliteit, werd ongewenst verklaard en kreeg een inreisverbod van tien jaar opgelegd na meerdere veroordelingen, waaronder een geweldsdelict. Hij stelde dat het inreisverbod disproportioneel en onvoldoende gemotiveerd was en dat hij niet uitzetbaar zou zijn. De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit van 19 oktober 2011 niet ten onrechte was genomen en vernietigde het besluit van 6 januari 2012 dat het bezwaar tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk verklaarde.
De rechtbank bevestigde dat tegen een inreisverbod van tien jaar rechtstreeks beroep kan worden ingesteld en dat eiser voldoende gelegenheid had gekregen zijn zienswijze schriftelijk kenbaar te maken. De rechtbank verwierp het verweer dat het begrip 'ernstige bedreiging van de openbare orde' actueel moet zijn en oordeelde dat het tijdsverloop sinds de strafbare feiten niet relevant is. De veroordeling van eiser voor een geweldsdelict rechtvaardigde het opleggen van het inreisverbod.
Verder concludeerde de rechtbank dat het inreisverbod proportioneel was, gezien de feiten en omstandigheden, waaronder de langdurige ongewenstverklaring en de veroordelingen van eiser. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd afgewezen omdat eiser onvoldoende onderbouwde dat er sprake was van een familieleven of privéleven dat bescherming verdient. Het beroep tegen het inreisverbod werd daarom ongegrond verklaard.
Tot slot wees de rechtbank het verzoek tot schadevergoeding af en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod van tien jaar wordt ongegrond verklaard; het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.