ECLI:NL:RBDHA:2013:19686
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid vreemdelingenbewaring na mislukte uitzettingen en betwisting laissez passer
Eiser, van Guinese nationaliteit, werd meerdere malen in vreemdelingenbewaring gesteld na mislukte uitzettingen naar Guinee. Na ontvangst van een laissez passer op 28 mei 2013 probeerde verweerder eiser uit te zetten, maar dit mislukte vanwege verzet en medische redenen. De maatregel van bewaring werd telkens opgeheven en opnieuw opgelegd.
Eiser voerde aan dat de herhaalde bewaring onrechtmatig was omdat er geen nieuw feit (novum) was en dat de maximale bewaringstermijn van zes maanden was overschreden zonder verlengingsbesluit. Tevens betwistte hij de echtheid van het laissez passer en stelde dat zijn gezondheid een uitzetting onmogelijk maakte.
De rechtbank oordeelde dat de situatie van eiser verschilde van eerdere jurisprudentie die herhaalde bewaring verbood zonder novum, omdat de eerdere maatregel was opgeheven wegens uitzetting en niet wegens een gebrek. De rechtbank verwierp ook het betoog over de termijnoverschrijding en het ontbreken van een verlengingsbesluit.
Het onderzoek naar het laissez passer leverde geen aanwijzingen voor valsheid op, en eiser kon een contra-expertise laten verrichten als hij het document toch vals achtte. Medische stukken die uitzetting onmogelijk maken ontbraken. De rechtbank concludeerde dat de maatregel rechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de vreemdelingenbewaring.