ECLI:NL:RBDHA:2013:19662
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. van Putten
- J.T.H. Zimmerman
- H.J. Schaberg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens medische noodsituatie hiv-behandeling
Eiser, een hiv-patiënt uit Nigeria, vroeg een verblijfsvergunning aan wegens medische noodsituatie. Verweerder wees de aanvraag af op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat stelde dat eiser kon reizen met medicatie voor twee weken en dat resistentietesten geen noodzakelijk onderdeel van de behandeling vormden.
De rechtbank stelde een deskundige aan die bevestigde dat resistentietesten essentieel zijn voor de behandeling, omdat zij bepalen wanneer medicatie moet worden aangepast om resistentie te voorkomen. De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies onvoldoende inzicht gaf waarom resistentietesten niet noodzakelijk zouden zijn en dat verweerder dit advies zonder nadere motivering niet kon volgen.
Ook was er onduidelijkheid over de periode na aankomst in het land van herkomst waarvoor reisvoorwaarden gelden. De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom een periode van twee weken werd gehanteerd, terwijl dit niet als een medisch deskundigenadvies kon worden aangemerkt.
Ten slotte concludeerde de rechtbank dat fysieke overdracht van hiv-patiënten niet in alle gevallen noodzakelijk is, maar dat het BMA-advies hierover onvoldoende inzichtelijk was. Het besluit werd vernietigd en verweerder kreeg zes weken om een nieuw besluit te nemen, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.