ECLI:NL:RBDHA:2013:19435
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wraking kantonrechter wegens vermeende partijdigheid niet ontvankelijk verklaard
In deze zaak verzocht eiser om wraking van de kantonrechter vanwege vermeende partijdige behandeling en onjuistheden in een tussenvonnis. Eiser stelde dat de kantonrechter onvoldoende inlichtingen had ingewonnen tijdens de comparitie van partijen en dat de zaak daardoor niet eerlijk werd behandeld.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek te laat was ingediend, aangezien eiser al op 25 juni 2013 bekend was met de feiten die aanleiding gaven tot wraking, maar het verzoek pas op 16 juli 2013 indiende. Het feit dat eiser eerst de aantekeningen van de comparitie wilde ontvangen, rechtvaardigde de vertraging niet.
Verder werd geoordeeld dat de bezwaren over de gang van zaken tijdens de comparitie ook eerder kenbaar hadden moeten worden gemaakt. De wrakingskamer zag daarom geen reden om inhoudelijk op het verzoek in te gaan en verklaarde het verzoek niet ontvankelijk. Het proces in de hoofdzaak werd voortgezet zoals dat was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is te laat ingediend en daarom niet ontvankelijk verklaard.