ECLI:NL:RBDHA:2013:19299

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 juni 2013
Publicatiedatum
27 maart 2014
Zaaknummer
445052 / KG RK 13-1210
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:16 AwbArt. 8:18 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking bestuursrechters afgewezen wegens niet-tijdige indiening

Verzoekers, vertegenwoordigd door hun gemachtigde, dienden een wrakingsverzoek in tegen drie bestuursrechters die betrokken waren bij de behandeling van beroepschriften inzake naheffingsaanslagen BPM opgelegd door de Belastingdienst. Het verzoek was gebaseerd op vermeende partijdigheid omdat de bestuursrechters eerder in soortgelijke zaken uitspraken hadden gedaan die volgens verzoekers onjuist waren.

De wrakingskamer behandelde het verzoek op 19 juni 2013. De bestuursrechters ontkenden de beschuldigingen en stelden dat het verzoek niet tijdig was ingediend, aangezien de gemachtigde al op 2 mei 2013 op de hoogte was van de zittingsamenstelling, maar het verzoek pas op 17 juni 2013 werd ingediend.

De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet aan de vereiste tijdigheid voldeed zoals bepaald in artikel 8:16 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Daarnaast werd opgemerkt dat bezwaren tegen inhoudelijke rechtsoordelen geen grond voor wraking kunnen vormen. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd bepaald dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.

Uitspraak

beslissing

WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG

Meervoudige wrakingskamer
Wrakingnummer 2013/38
zaak-/rolnummer: 445052 / KG RK 13-1210
procedurenummers: SGR 12/6323 t/m 12/6349,12/6638 t/m 12/6714, 12/6717, 12/7101 t/m 12/7146, 12/7148 t/m 12/7162, 12/7164 t/m 12/7189, 12/7191 t/m 12/7426, 12/7428 t/m 12/7532, 12/7534 t/m 12/7549, 12/4018, 12/4022, 12/4077, 12/4728, 12/4832, 12/5055, 12/5071, 12/5074, 12/5077, 12/5079, 12/5088, 12/5187,12/5191, 12/5193, 12/5199, 12/5200, 12/5277, 12/5417, 12/5527, 12/5691, 12/5698, 12/5699, 12/5723, 12/5774, 12/5776, 12/5899, 12/5901, 12/5979, 12/6026, 12/6027, 12/6028, 12/6029, 12/6030, 12/6054, 12/6055, 12/6057, 12/6060, 12/6064, 12/6095, 12/6096, 12/6097, 12/6155, 12/6167, 12/5967, 12/5969, 12/6178, 12/8706, 12/6180, 12/6224, 12/6244, 12/6247, 12/6262, 12/6263, 12/6267, 12/6270, 12/6271, 12/6272, 12/6274, 12/6277, 12/6281, 12/6282, 12/6283, 12/6284, 12/6440, 12/7045, 12/7062, 12/7098, 12/7550, 12/7551, 12/7553, 12/7554, 12/7556, 12/7796, 12/7797, 12/7798, 12/7799, 12/7802, 12/7803, 12/7813, 12/7815, 12/7816, 12/7817, 12/8476, 12/8855, 12/8927, 12/10392, 12/7163, 12/7190, 12/7805, 12/7806, 12/4195, 12/4198, 12/4200, 12/4260, 12/4265, 12/4719, 12/4720, 12/4730, 12/4731, 12/4763, 12/4764, 12/4765, 12/4766, 12/4768, 12/5951 t/m 12/5956, 12/5958 t/m 12/5965 BPM.
datum beslissing: 19 juni 2013
BESLISSING
op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:16 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, in de zaken van:
Basic Car Fix BV en anderen,
verzoekers,
gemachtigde: A.F.J.M. Verhoeven,
tegen
de inspecteurs van de Belastingdienst Utrecht, de Belastingdienst Utrecht-Gooi/ kantoor Utrecht, de Belastingdienst Zuidwest/kantoor Roosendaal, de Belastingdienst Limburg/kantoren Roermond en Buitenland.
strekkende tot wraking van:
mrs. G.J. Ebbeling, K.M. Braun en T. van Rij,
bestuursrechters in de rechtbank Den Haag.

1.De voorgeschiedenis en het procesverloop

1.1
De Belastingdienst heeft een naheffingsaanslag Bpm opgelegd aan verzoekers. Gemachtigde van verzoekers heeft beroep ingesteld tegen beslissingen op bezwaar van de inspecteurs van de Belastingdienst.
1.2
De behandeling van de beroepschriften is gepland op 19 juni, 20 juni, 26 juni, 27 juni en 28 juni 2013 ter zitting van een enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van mr. G.J. Ebbeling, mr. K.M. Braun of mr T. van Rij.
1.3
Bij faxbericht van 17 juni 2013 heeft gemachtigde van verzoekers een verzoek tot wraking van genoemde drie bestuursrechters gedaan.

2. De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek

Op 19 juni 2013 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Gemachtigde is verschenen. De bestuursrechters mrs. G.J. Ebbeling en T. Van Rij zijn, mede namens mr. K.M. Braun, verschenen. Namens de Belastingdienst is mr. H.F. van Woudenberg verschenen. Mr. Braun heeft de wrakingskamer bericht niet ter zitting te kunnen verschijnen.

3.Het standpunt van verzoeker

Aan het wrakingsverzoek is ten grondslag gelegd dat de genoemde bestuursrechters deel hebben uitgemaakt van een meervoudige kamer, die eerder uitspraken heeft gedaan op beroepschriften in soortgelijke zaken die door de gemachtigde bij de rechtbank zijn ingediend. In die zaken is beslist over dezelfde rechtsvragen en feiten die in de onderhavige beroepschriften aan de orde zijn. Het in deze zaken gegeven oordeel is, volgens gemachtigde, apert onjuist en niet in lijn met rechtspraak van hogere instanties. De rechtbank had aan deze rechtspraak niet zonder meer voorbij mogen gaan. Gemachtigde is van mening dat de genoemde bestuursrechters hiermee de schijn van partijdigheid hebben gewekt.

4.Het standpunt van de bestuursrechters

De bestuursrechters hebben te kennen gegeven niet in de wraking te berusten. Zij hebben opgemerkt dat niet duidelijk is namens welke verzoekers het verzoek tot wraking is gedaan, nu noch de verzoekers, noch de procedurenummers van de beroepschriften in het wrakingsverzoek zijn genoemd. Voorts stellen de bestuursrechters zich op het standpunt dat het verzoek tot wraking niet tijdig is gedaan, nu gemachtigde reeds op 2 mei 2013 bekend was met de zittingsamenstelling.

5.De beoordeling

5.1.
De wrakingskamer begrijpt het wrakingsverzoek aldus dat het is ingediend ten aanzien van de in deze beslissing vermelde procedurenummers.
5.2
Artikel 8:16 van Pro de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een verzoek tot wraking gedaan wordt zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Ter zitting is gebleken dat de gemachtigde van verzoekers er op 2 mei 2013 mee bekend was welke rechters de bovenvermelde beroepen zouden behandelen. Door het wrakingsverzoek pas op 17 juni 2013 te doen, en dus na meer dan zes weken nadat hij hiermee bekend was geworden, heeft hij niet voldaan aan het vereiste dat het verzoek tijdig moet worden gedaan. Gelet hierop zijn verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek.
5.3
Ten overvloede wordt opgemerkt dat de bezwaren van gemachtigde tegen de eerdere uitspraken bezwaren tegen inhoudelijke rechtsoordelen zijn, die geen grond voor wraking kunnen opleveren.
6. De beslissing
De wrakingskamer:
- verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun wrakingsverzoek;
- bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;
- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegezonden aan:
• de verzoekers p/a de gemachtigde A.F.J.M. Verhoeven,
• de verweerder de inspecteur van de Belastingdienst Utrecht (t.a.v. mr. H.F. Woudenberg),
de bestuursrechters mrs. G.J. Ebbeling, mr. K.M. Braun en mr T. van Rij.
Deze beslissing is gegeven door mrs. E. Rabbie, F.J. Verbeek en J.Th. van Walderveen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.W.W. Koppe als griffier en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2013.