Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaken tussen
[eiser],
Procesverloop
Overwegingen
iedereaanhanger van oud-president Gbagbo, of een ieder die ervan wordt verdacht aanhanger te zijn of met aanhangers wordt geassocieerd, een verhoogd risico loopt, laat staan dat eisers reeds daarom – dus zonder geringe individuele indicaties – een gegronde vrees kunnen hebben voor vervolging of een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM. Uit de overgelegde documentatie van de UNHCR blijkt dat evenmin. Ook daarin is te lezen dat er spanningen zijn tussen etnische en politieke groeperingen, maar tevens wordt vermeld dat de noodzaak van internationale bescherming afhangt van de individuele omstandigheden van het geval, waarbij etniciteit en/of politieke voorkeur een rol kunnen spelen. De rechtbank volgt eisers voorts niet in hun betoog dat zij door de combinatie van het zijn van student/intellectueel, de etnische achtergrond en de associatie met het zijn van Gbagbo-aanhanger, voormeld risico wel lopen. Uit het ambtsbericht noch de door eisers overgelegde stukken is die conclusie af te leiden. Verweerder heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat ten aanzien van eisers niet is gebleken van specifiek op hen betrekking hebbende omstandigheden of indicaties, anders dan voornoemde algemene eigenschappen, die het aannemelijk maken dat van een risico als voornoemd sprake zal zijn. De mogelijkheid dat een dergelijk risico zich zal realiseren, is onvoldoende voor een ander oordeel. Verweerder heeft voorts in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien voor het aanmerken van eisers als behorend tot een risicogroep of kwetsbare minderheidsgroep in de zin van hoofdstuk C14/3.6 van de Vc 2000.