Uitspraak
(gemachtigde: [A]),
Rechtbank Den Haag
Eiseres diende aangifte inkomstenbelasting 2009 in met een belastbaar inkomen van €23.004 en bracht hypotheekrente in aftrek voor een woning aan de [a-straat]. Verweerder corrigeerde het inkomen en weigerde de alleenstaande-ouderkorting en aanvullende alleenstaande-ouderkorting. Tijdens de zitting erkende verweerder het recht op deze kortingen, die tezamen €1.935 bedragen.
Het geschil spitste zich toe op de hypotheekrenteaftrek voor de onverdeelde helft van de woning aan de [b-straat]. Partijen bereikten een compromis waarbij de aftrek werd vastgesteld op €8.494. Eiseres vorderde tevens schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van verweerder, onderbouwd met een vermogensschade van €545.600 door een executoriale verkoop en restschuld.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de schade rechtstreeks voortvloeide uit het handelen van verweerder, mede omdat de executoriale verkoop plaatsvond vóór het verstrekken van relevante informatie aan verweerder. Daarnaast wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af omdat dit bij de civiele rechter moet worden ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, verminderde de aanslag en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd mondeling gedaan op 18 september 2013.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag verminderd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.