ECLI:NL:RBDHA:2013:18608

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 december 2013
Publicatiedatum
13 januari 2014
Zaaknummer
13/4237
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:9 AwbArt. 6:15 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkheid beroep afvalstoffenheffing

Opposante diende een brief in op 11 mei 2013 waarin zij verzocht om ambtshalve herziening van de aanslag afvalstoffenheffing. Verweerder stuurde deze brief door aan de rechtbank als een beroepschrift, waarop de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens te late indiening.

In het verzet betoogt opposante dat haar brief geen beroepschrift was, maar een verzoek om ambtshalve herziening. De rechtbank volgt dit standpunt en oordeelt dat verweerder ten onrechte de brief als beroepschrift heeft aangemerkt en doorgestuurd. Hierdoor vervalt de eerdere buiten-zittinguitspraak.

De rechtbank besluit het verzet gegrond te verklaren en het onderzoek te hervatten in de stand van vóór de buiten-zittinguitspraak. Omdat nader onderzoek niet bijdraagt, doet de rechtbank tevens uitspraak op het beroep en verklaart dit niet-ontvankelijk wegens ontbreken van een beroepschrift.

Verweerder wordt opgedragen het betaalde griffierecht van €44 aan opposante te vergoeden. De brief van 11 mei 2013 zal door verweerder als verzoek om ambtshalve herziening worden behandeld.

Uitkomst: Verzet gegrond verklaard, beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepschrift, verzoek om ambtshalve herziening in behandeling nemen en griffierecht vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 13/4237
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2013 op het verzet van
[X], wonende te [Z], opposante
(gemachtigde: [A]),

en uitspraak in de beroepszaak tussen

[X], wonende te [Z], eiseres
(gemachtigde: [A]),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, verweerder

(gemachtigde [B]).

Procesverloop

Bij uitspraak van 15 juli 2013 heeft deze rechtbank het beroep van opposante (met bovengenoemd zaaknummer) met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaard.
Bij brief van 31 juli 2013 heeft opposante verzet gedaan tegen deze uitspraak.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 november 2013.
Opposant heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.
Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

Overwegingen

1.
Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt de mogelijkheid uitspraak zonder zitting te doen als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
2.
In een verzetzaak moet uitsluitend worden beoordeeld of de rechtbank in de buiten-zittinguitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is.
3.
Opposante heeft in verzet aangevoerd dat verweerder ten onrechte haar brief heeft doorgestuurd als beroepschrift aangezien zij slechts verzocht heeft om een ambtshalve herziening op grond van nadere argumenten.
4.
De rechtbank stelt vast dat het afschrift van de aangevallen uitspraak van verweerder is gedagtekend 22 januari 2013. De brief van opposante is gedagtekend 11 mei 2013. Deze brief is op 23 mei 2013 door verweerder ontvangen, aangemerkt als beroepschrift en op grond van artikel 6:15, eerste lid, van de Awb doorgezonden aan de rechtbank. Indien de brief als beroepschrift kan worden aangemerkt is het beroep gelet op artikel 6:9, eerste en tweede lid, van de Awb niet tijdig ingediend.
5.
De laatste alinea van de brief van opposante van 11 mei 2013 luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
“(…) Ik verzoek u dan ook om ambtshalve de aanslag afvalstoffenheffing aan te passen.”
6.
De rechtbank kan opposante volgen in haar stelling dat het schrijven van 11 mei 2013 niet meer behelst dan het vragen om een ambtshalve herziening. Dit verzoek dient door verweerder beantwoord te worden. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de brief van opposante ten onrechte heeft aangemerkt als een beroepschrift. Doorzending aan de rechtbank op grond van artikel 6:15, eerste lid, van de Awb, had dan ook achterwege dienen te blijven.
7.
Uit wat opposante heeft aangevoerd volgt dat de rechtbank in de buiten-zittinguitspraak ten onrechte heeft geoordeeld dat er sprake was van een kennelijk niet-ontvankelijk beroep. Het verzet dient dan ook gegrond te worden verklaard. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin het zich bevond voordat de buiten-zittinguitspraak werd gedaan.
8.
De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van deze zaak. Partijen zijn beide uitgenodigd voor de zitting over het verzet en zijn in de uitnodiging voor die zitting gewezen op de mogelijkheid dat ook de beroepzaak kan worden afgedaan. De rechtbank doet daarom op grond van artikel 8:55, tiende lid, van de Awb, tevens uitspraak op het beroep.
9.
Verweerder heeft ter zitting aangevoerd dat met eiseres al verschillende jaren procedures zijn gevoerd over de belastingplicht voor de afvalstoffenheffing. Om herhaling van zetten te voorkomen is de brief als beroepschrift doorgezonden aan de rechtbank.
10.
De rechtbank is van oordeel dat nu in de brief van 11 mei 2013 geen aanknopingspunten voor een beroepschrift zijn te vinden, eiseres verklaart niet de intentie te hebben gehad beroep in te stellen, maar expliciet om een ambtshalve herziening heeft verzocht, dit verzoek door verweerder als zodanig dient te worden behandeld.
11.
Het beroep dient dan ook wegens het ontbreken van een beroepschrift niet-ontvankelijk te worden verklaard.
12.
De rechtbank ziet aanleiding te bepalen dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt, omdat het ingestelde beroep het gevolg is van de doorzending door verweerder van de voor hem bestemde brief van 11 mei 2013.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het verzet gegrond;
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- verstaat dat verweerder de brief van eiseres van 11 mei 2013 als een verzoek om ambtshalve herziening in behandeling zal nemen;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 44 aan eiseres te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.I. Batelaan-Boomsma, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J. de Jong, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 december 2013.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen opposante en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag
Bij het instellen van beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen:
1.
bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2.
het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is ingesteld;
d. de gronden van het beroep in cassatie.