ECLI:NL:RBDHA:2013:16907
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten wegens niet-inzet beëdigde tolk bij asielprocedure
Eisers, afkomstig uit Afghanistan en behorend tot de Pashtun-bevolkingsgroep, vroegen asiel aan in Nederland. Hun aanvragen werden door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) afgewezen. Eisers stelden beroep in tegen deze besluiten en voerden onder meer aan dat de IND tijdens hun gehoren geen beëdigde tolk had ingezet, wat de zorgvuldigheid van de procedure aantastte.
De rechtbank oordeelde dat de IND in strijd met artikel 28 van Pro de Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv) heeft gehandeld door geen beëdigde tolk in te schakelen, terwijl er geen sprake was van een situatie van spoed die dit rechtvaardigde. Hoewel de gehoren in beginsel op dag 1 en dag 3 moesten plaatsvinden, had de IND de procedure kunnen verlengen binnen de wettelijke termijn van veertien dagen vanwege het ontbreken van een beëdigde tolk.
De rechtbank stelde vast dat de tolken die werden ingezet van een uitwijklijst kwamen en niet beëdigd waren, wat niet voldeed aan de wettelijke waarborgen. Hierdoor was de integriteit en kwaliteit van de vertalingen onvoldoende gewaarborgd. De beroepen van eisers werden gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en de IND opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd de IND veroordeeld in de proceskosten van € 944.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten van de IND wegens het niet inzetten van een beëdigde tolk en draagt op tot nieuwe besluitvorming.