ECLI:NL:RBDHA:2013:15957
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid eiser in vordering tot verbod overlevering aan Polen
Eiser is op grond van een Europees Arrestatiebevel door Poolse autoriteiten gezocht voor vervolging wegens drugshandel. De rechtbank Amsterdam heeft op verzoek van de officier van justitie de overlevering toelaatbaar verklaard. Eiser vordert in kort geding primair een verbod op overlevering, subsidiair het stellen van strafrechtelijke vervolging in Nederland en meer subsidiair een verbod op overlevering totdat onderzoek is gedaan naar detentieomstandigheden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het geschil valt onder het gesloten stelsel van rechtsmiddelen van de Overleveringswet, waardoor een kort geding als verkapt hoger beroep niet is toegestaan. Eiser heeft reeds in de overleveringsprocedure zijn verweren ingebracht, die door de overleveringsrechter zijn meegewogen. Zijn stellingen over schending van fundamentele procesrechten zijn onvoldoende concreet onderbouwd.
De subsidiaire vordering tot vervolging in Nederland wordt afgewezen wegens schending van het opportuniteitsbeginsel. Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn primaire en meer subsidiaire vorderingen en veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. J.J. van der Helm en op 26 september 2013 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen tot verbod op overlevering en overige vorderingen worden afgewezen.