Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Vonnis van 27 maart 2013
De procedure
- de dagvaarding van 10 augustus 2011, met producties;
- het herstelexploot van 9 september 2011, met betekening van een kopie dagvaarding en met aanzegging van de nieuwe eerste rolzitting van 28 september 2011;
- de conclusie van antwoord van 9 november 2011, met producties;
- het tussenvonnis van 23 november 2011 en het instructieformulier van 24 januari 2012;
- het proces-verbaal van de eerste comparitie van partijen van 22 maart 2012, met de daarin genoemde akten met extra producties van eisers en gedaagde;
- de beschikkingen van 27 juni 2012, 26 september 2012, en 2 en 4 oktober 2012;
- het proces-verbaal van de tweede comparitie van partijen van 19 december 2012, met de daarin genoemde brieven met extra producties van eisers en gedaagde.
De feiten
De vorderingen
- gedaagde [D] zal veroordelen opgaaf te doen van eventuele meerdere activa en passiva van die nalatenschap;
- daarna zal vaststellen de hoogte van het legaat dat aan ieder der [eisers ABC] toekomt;
- gedaagde [D] zal veroordelen tot afgifte aan [eisers ABC] van de aangifte en de aanslag successiebelasting, op straffe van een dwangsom;
- gedaagde [D] zal veroordelen tot betaling aan eiser 3 [C] van een bedrag van € 98.000,- met wettelijke rente;
- met veroordeling in de taxatiekosten van € 1.495,15 en in de proceskosten.