Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
www.rechtspraak.nlonder ECLI:NL:RVS:2011:BQ3884. Voorts is de rechtbank met verweerder van oordeel dat uit die jurisprudentie ook kan worden afgeleid dat de termijnen van eerdere inbewaringstellingen, die niet onmiddellijk aan de vreemdelingenrechtelijke detentie vooraf zijn gegaan, evenmin meegerekend dienen te worden bij de berekening van de maximumtermijnen. Als de termijnen van onmiddellijk aansluitende vreemdelingenrechtelijke en strafrechtelijke detentie, al niet dienen te worden betrokken, valt niet in te zien waarom de termijnen van eerdere (niet onmiddellijk aan de maatregel voorafgaande) inbewaringestelling wel betrokken zouden moeten worden. Wel kunnen deze termijnen worden betrokken in het kader van de belangenafweging die verweerder dient te maken ten aanzien van het voortduren van de bewaring.