Uitspraak
VOORZIENINGENRECHTER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG
(gemachtigde: mr. C.M.M. van Mil),
WPM Winkelcentrummanagement B.V., te Amsterdam
Rechtbank Den Haag
Bij besluit van 2 mei 2013 verleende de gemeente Den Haag een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een supermarkt in Winkelcentrum Ypenburg. Verzoekers, concurrenten van de supermarkt, maakten bezwaar tegen dit besluit omdat er geen marktonderzoek was uitgevoerd zoals vereist in de Detailhandelnota Den Haag. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna verzoekers beroep instelden en tevens een voorlopige voorziening vroegen om het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 1 november 2013 en oordeelde dat het ontbreken van het marktonderzoek een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek vormt. Dit gebrek is echter vatbaar voor herstel via een bestuurlijke lus, waarbij de gemeente acht weken krijgt om alsnog het onderzoek uit te voeren. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen vanwege een belangenafweging: de verbouwing was al voltooid, de winkel stond op het punt te openen, en een schorsing zou praktische problemen veroorzaken.
De rechter benadrukte dat het ontbreken van het marktonderzoek niet onherstelbaar is en dat de belangen van alle partijen zorgvuldig zijn afgewogen. De procedure wordt aangehouden totdat de gemeente het onderzoek heeft afgerond en de bodemprocedure kan worden voortgezet. Tegen deze tussenuitspraak staat hoger beroep open, maar pas gelijktijdig met de einduitspraak.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en bestuurlijke lus ingesteld om marktonderzoek alsnog uit te voeren binnen acht weken.