Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Geldigheid dagvaarding - feit 3
4.Vrijspraak - feiten 1 en 2
5.In beslag genomen voorwerpen
6.De beslissing
zie bijlage A).
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van medeplegen van creditcardfraude en witwassen van goederen die via internet met valse creditcardgegevens waren besteld. De fraude betrof onder meer het bestellen van vliegtickets, speelgoed, auto-onderdelen en audioapparatuur onder valse namen. Daarnaast was er sprake van vervalsing van handtekeningen voor persoonsgebonden budgetten (PGB) door een medeplichtige vrouw, de levenspartner van verdachte.
Tijdens het onderzoek en de terechtzitting werd vastgesteld dat verdachte niet voldoende betrokken was bij de fraude. Er was onvoldoende bewijs dat hij wist van de aanwezigheid van de frauduleus verkregen goederen in de woning, noch dat hij betrokken was bij de verkoop ervan. De officier van justitie eiste vrijspraak voor verdachte van het medeplegen van oplichting en diefstal met valse sleutel, maar wilde hem wel schuldig verklaren aan witwassen van goederen. De verdediging voerde aan dat er geen bewijs was voor betrokkenheid of wetenschap van verdachte.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te veroordelen voor de ten laste gelegde feiten. Ook kon niet worden vastgesteld dat de verkochte goederen afkomstig waren van misdrijf. De dagvaarding werd nietig verklaard voor een derde feit wegens onvoldoende omschrijving. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en gelastte de bewaring van bepaalde in beslag genomen goederen ten behoeve van de rechthebbende.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen creditcardfraude en witwassen wegens onvoldoende bewijs.