Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen:
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Sri Lankaans staatsburger met een leidinggevende functie binnen de LTTE, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris wees dit verzoek af op basis van het standpunt dat eiser niet in de negatieve belangstelling van de autoriteiten stond en dat het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer onvoldoende aannemelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de risicofactoren die het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak N.S. tegen Denemarken heeft genoemd, onvoldoende door de staatssecretaris zijn meegewogen. Daarbij nam de rechtbank ook recente informatie mee waaruit blijkt dat ook personen zonder directe LTTE-band bij terugkeer worden opgepakt en mishandeld, en dat de situatie voor Tamils sinds het laatste ambtsbericht is verslechterd.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en in strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten aan eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter A.H. van Zutphen op 11 juli 2013.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering van het risico op schending van artikel 3 EVRM.