Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
- die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd "als ik een mes had, zou ik je steken" en/of "ik steek je hart eruit" en/of "ik steek je", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,
- en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
3.Bewijsoverwegingen
De officier van justitie heeft voorts gewezen op de omstandigheid dat verdachte slechts tot een ongemotiveerde ontkenning komt.
31 januari 2013 onder meer als letsel is waargenomen:
[slachtoffer] en verdachte. De afgeleide DNA-kenmerken uit het DNA-mengprofiel van het celmateriaal in de spermacelfractie van bemonstering ZAAC4115NL#02 zijn vergeleken met de in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken aanwezige DNA-profielen van personen. Hierbij is een match gevonden met het DNA-profiel van verdachte. Dit betekent dat de spermacelfracties van de bemonsteringen ZAAC4115NL#01 en #02 celmateriaal bevatten dat afkomstig kan zijn van verdachte en celmateriaal bevatten dat afkomstig is van [slachtoffer]. Voor de berekening van de wetenschappelijke bewijswaarde van de gevonden match is aanvullend DNA-onderzoek noodzakelijk. [6]
eneen feitelijkheid en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte die [slachtoffer] gedwongen te dulden dat verdachte zijn penis en zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] duwde/bracht en bestaande dat geweld en die feitelijkheid en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte:
- die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd "als ik een mes had, zou ik je steken" en "ik steek je hart eruit" en "ik steek je", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,
- en aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.
4.De strafbaarheid van het feit
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De motivering van de straf en maatregel
- het reclasseringsadvies (beknopt) d.d. 5 februari 2013 en een brief d.d. 19 maart 2013 betreffende retourzending rapportageverzoek;
- het Pro Justitia rapport, psychologisch onderzoek (ambulant) d.d. 29 maart 2013, opgemaakt door dr. R.A.R. Bullens, klinisch psycholoog;
- het Pro Justitia rapport, psychiatrisch onderzoek (ambulant) d.d. 3 april 2013, opgemaakt door drs. R. Thomassen, psychiater;
- het Pro Justitia rapport van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (hierna: PBC-rapport) d.d. 20 september 2013;
De psycholoog heeft na onderzoek geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een ernstige gedragsstoornis met risico op een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Verdachte vertoonde in het verleden al ernstige antisociale trekken en hij liet een beeld van ernstig verstoorde agressieregulatie zien. Voorts heeft de psycholoog geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een zogenaamde dubbele diagnose, te weten van een samenhang tussen psychotische episodes en cannabismisbruik. Verdachte is als persoon vrij angstig, achterdochtig, kwetsbaar en zwak geïntegreerd, zodat er een risico is dat hij soms het contact met de realiteit kan verliezen. Om de lijdensdruk te verminderen gebruikt verdachte cannabis, maar hierdoor kan hij juist in een psychose geraken. Angsten en het verlies van impulscontrole worden versterkt door het drugsgebruik. Verdachte is in 2003 drie dagen gedwongen opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis Endegeest te Oegstgeest en hij is daarna in Marokko medicamenteus behandeld in verband met (ernstige) depressieve episodes met psychotische elementen. In 2004 is verdachte in de FOBA geplaatst. Daarna heeft verdachte de contacten met Parnassia verbroken. De psycholoog heeft verder geconcludeerd dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar is te achten, omdat het gedrag van verdachte structureel beïnvloed is door de psychose. Een combinatie van de psychiatrische behandeling en methoden uit de verslavingszorg zijn aanbevolen.
doorlopende(gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van) ernstige gedragsstoornis en antisociale persoonlijkheidsstoornis, en dat deze derhalve ook aanwezig waren ten tijde van het begaan van het onderhavige strafbare feit.
7.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
- kleding, ten bedrage van € 579,90;
- gederfd inkomen, ten bedrage van € 605,07;
- gederfd inkomen, ten bedrage van € 605,07;