De rechtbank Den Haag heeft op 24 september 2013 besloten tot verlenging van de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met zes maanden voor een veroordeelde geboren in 1994. Deze maatregel was eerder opgelegd bij arrest van het Hof Den Haag en onherroepelijk geworden in 2011.
De verlenging werd gevorderd door de officier van justitie en ondersteund door een advies van de J.J.I., waarin werd aangegeven dat de veroordeelde niet in staat is zijn softdrugverslaving te overwinnen binnen de huidige setting. De verslaving wordt in stand gehouden door frustraties, spanningen en beperkte copingvaardigheden, wat het recidiverisico verhoogt. Verdere behandeling in een afkickkliniek is noodzakelijk om dit risico te verminderen.
Tijdens de raadkamerzitting werd de gedragswetenschapper van de J.J.I. gehoord, die toelichtte dat de komende zes maanden benut zullen worden voor opname in een afkickkliniek en dat daarna eventueel verdere resocialisatie via scholing en training kan volgen. Zowel de veroordeelde als zijn raadsman verzette zich niet tegen de verlenging, die mede in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde.
De rechtbank acht verlenging noodzakelijk voor de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen en besluit daarom de maatregel met zes maanden te verlengen. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer jeugdstrafzaken bestaande uit drie kinderrechters.